Toezicht op de curator: waarom veel betrokkenen zich niet gehoord voelen

Over de rol van de curator, de rechter-commissaris, artikel 69 Faillissementswet en de verwachtingen die in de praktijk niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid.

Gepubliceerd door Het Andere Beeld

Wanneer een onderneming failliet gaat, krijgt de curator een centrale rol. De curator beheert de failliete boedel, onderzoekt de oorzaken van het faillissement en behartigt de gezamenlijke belangen van schuldeisers.

Tegelijkertijd ervaren veel betrokkenen dat zij weinig invloed hebben op het verloop van het faillissement. Bestuurders, aandeelhouders en soms zelfs schuldeisers vragen zich regelmatig af welke mogelijkheden bestaan om het handelen van een curator ter discussie te stellen.

Formeel bestaat toezicht op de curator. Toch ervaren veel betrokkenen dat dit toezicht in de praktijk minder toegankelijk is dan zij hadden verwacht.

Wie houdt toezicht op de curator?

Binnen een faillissement houdt de rechter-commissaris toezicht op het beheer en de vereffening van de failliete boedel.

De rechter-commissaris is aangewezen door de rechtbank en vervult een toezichthoudende rol gedurende het faillissement.

Voor bepaalde handelingen heeft een curator bovendien toestemming van de rechter-commissaris nodig.

Artikel 69 Faillissementswet

Artikel 69 Faillissementswet biedt belanghebbenden de mogelijkheid om de rechter-commissaris te verzoeken een curator een aanwijzing te geven.

Dit artikel wordt regelmatig gebruikt door bestuurders, schuldeisers en andere betrokkenen die vinden dat een curator onvoldoende onderzoek verricht, onjuiste conclusies trekt of bepaalde handelingen zou moeten verrichten.

Het doel van artikel 69 Faillissementswet is echter niet om een volledige herbeoordeling van het faillissement af te dwingen. De rechter-commissaris beschikt daarbij over een ruime beoordelingsvrijheid.

Waarom voelen mensen zich soms niet gehoord?

Veel betrokkenen verwachten dat een melding automatisch leidt tot onderzoek. In de praktijk blijkt dat anders te liggen.

Daardoor ontstaat soms het gevoel dat bezwaren niet serieus worden genomen, terwijl juridisch gezien sprake kan zijn van een bewuste afweging.

De bijzondere positie van de rechter-commissaris

Een terugkerende kritiek is dat de rechter-commissaris toezicht houdt op een proces waar hij gedurende het faillissement vaak al langere tijd bij betrokken is.

Daardoor ontstaat bij sommige betrokkenen de indruk dat een verzoek op grond van artikel 69 Faillissementswet feitelijk neerkomt op een beoordeling van eerder genomen beslissingen of eerder verleende goedkeuringen.

Dat betekent niet automatisch dat sprake is van partijdigheid. Wel verklaart het waarom sommige betrokkenen de procedure als weinig onafhankelijk ervaren.

Zijn er risico's verbonden aan een artikel 69-procedure?

Een verzoek op grond van artikel 69 Faillissementswet is een wettelijk instrument en mag in beginsel worden gebruikt wanneer een belanghebbende meent dat daarvoor aanleiding bestaat.

Toch ervaren sommige bestuurders terughoudendheid. Zij vrezen dat een procedure de verhoudingen binnen het faillissement verder onder druk zet of dat hun verzoek als obstructie wordt gezien.

Of dergelijke zorgen in een concreet geval terecht zijn, hangt sterk af van de omstandigheden van het faillissement en de wijze waarop het verzoek wordt ingediend.

De rol van beeldvorming

Binnen faillissementen speelt niet alleen de juridische werkelijkheid een rol, maar ook de manier waarop gebeurtenissen worden geïnterpreteerd.

Wanneer betrokkenen het gevoel krijgen dat zij geen gehoor vinden, kan het vertrouwen in het proces afnemen. Tegelijkertijd kan het voor buitenstaanders lijken alsof het toezicht volledig functioneert.

Die spanning tussen juridische procedures en persoonlijke beleving zien wij regelmatig terug.

Een procedure kan juridisch correct verlopen en toch leiden tot gevoelens van onmacht of onbegrip bij betrokkenen.

Onze visie

Bij Het Andere Beeld zien wij regelmatig situaties waarin juridische processen en maatschappelijke beeldvorming door elkaar gaan lopen.

Dat geldt ook voor faillissementen. Niet iedere afgewezen klacht betekent dat iemand ongelijk heeft. Maar evenmin betekent onvrede automatisch dat het toezicht tekortschiet.

Juist daarom vinden wij het belangrijk om niet alleen naar procedures te kijken, maar ook naar de verwachtingen, interpretaties en beelden die rondom die procedures ontstaan.

Want uiteindelijk wordt een faillissement niet alleen beoordeeld op basis van juridische regels, maar ook op basis van hoe betrokkenen het proces ervaren.

Heeft beeldvorming invloed op uw situatie?

Wij helpen bij het analyseren van reputatie, context en maatschappelijke interpretatie wanneer juridische processen gevolgen hebben voor hoe anderen naar u kijken.

Bekijk onze diensten